Glaskunst en de industriële revolutie

De industriële revolutie is voor de glaskunst - en met name voor het ambachtelijke deel van de kunst - niet in alle opzichten een verbetering gebleken, maar zonder deze revolutie zou een potje appelmoes of flesje wijn nog steeds alleen voor de zeer welgestelden beschikbaar zijn. Glas is goedkoop geworden, zo goedkoop zelfs dat er niet eens statiegeld gevraagd wordt. Je betaalt - voor je gevoel - alleen voor de appelmoes en niet voor de pot. Na gebruik gaat de pot gewoon in de glasbak. Een luxeproduct dat de tafels van de elite sierden verwerd tot een gebruiksproduct dat achteloos wordt weggegooid. Toch komt er heel wat kijken bij maken van het potje van de pindakaas....

Van kruik naar fles

Pas toen de industriële revolutie in het buitenland al lang op gang was, werden ook in Nederland in veel glasblazerijen de eerste stappen voor echte massaproductie voor goedkoper gebruiksglas gemaakt.

 

De eerste glasfabrieken in België en Nederland bestonden al vanaf respectievelijk 1581 en 1597, maar werkten nog zeer traditioneel, en glas een was luxe product. In de 18e en 19e eeuw zijn er veel veranderingen in de glasindustrie doorgevoerd. Het glas wordt beter van kwaliteit en productie meer gericht op wegwerp en massa. Tot de 18e eeuw werd wijn bijvoorbeeld vrijwel uitsluitend in kruiken bewaard en vervoerd. Flessen voor drank komen wel voor, maar zijn alles behalve de norm.

 

Op de foto zie je een ets van een vroeg-industriele glasblazerij.

Jenever

In navolging van de Franse wijnflessen werden bijvoorbeeld vanaf 1830 – 1840 ook jeneverflessen massaal in natte houten mallen geblazen. Voor die tijd was het gewoon om eventuele flessen uit de hand te blazen. Door een nieuwe opzet van ronde centrale oven met meerdere smeltkroezen en glory-holes te bouwen en de assistenten met de mallen daarom heen te zetten, konden de blazers honderden flessen per dag blazen, zoals te zien op de foto. 

 

De flessen - en hiermee beledigen we waarschijnlijk veel enthousiaste verzamelaars - zijn glas-technische gesproken alles behalve van hoge kwaliteit. Het relief is grof, en vaak zijn duidelijk de persafdrukken en de pontil (de plek waar de fles aan de blaaspijp heeft gezeten) te zien. Vergelijk zo'n flesje met een modern bierflesje van Heineken: super helder, glimmend oppervlak en hele strakke inprints. Die hoge kwaliteit voor extreem lage prijs is alleen mogelijk door de verdergaande industrialisatie. 

Robots die glasblazen

Deze nieuwe techniek maakte het niet alleen mogelijk snel te produceren: door een stempel of afbeelding uit de mal te snijden, werd op de voorkant van de fles zichtbaar van welke firma de Jenever kwam.

 

Veel waard was het glas in die tijd niet, gezien hoeveel flessen achteloos weg werden gegooid. Zo worden er bijvoorbeeld veel Nederlandse jeneverflessen uit de kolonialistische tijd gevonden op Surinaamse bodem. Tegenwoordig zijn flessen uit deze vroege industrialisatie kostbare collector items.

 

Pas veel later, na WOII werd het glasblazen van gebruiksglas volledig geautomatiseerd: met behulp van robots en lopende banden worden massa's flessen, potten, glazen, schalen en andere voorwerpen met duizenden per uur gemaakt. De film hieronder laat zien hoe dat gaat.

 

Duidelijk is dat op deze manier glas zeer goedkoop gemaakt kan worden: veel goedkoper dan ooit mogelijk zou zijn met mond en hand.

Ambachtelijk is toch mooier

Net zoals de pot pindakaas en het bierflesje, worden ook de meeste glazen lampen massaal in fabrieken geproduceerd. Daarom lijken ze ook allemaal zo op elkaar.

 

Gelukkig wil niet iedereen dezelfde lamp, en wij creëren dan ook graag bijzondere lichtinstallaties voor u thuis, of op kantoor.