Temperaturen van de glaskunst

Hoe heet wordt het glas nou? Het is een van de meest gestelde vragen in een glasatelier, en ook meteen één van de meest moeilijke. Verschillende soorten bewerkingen kennen grote temperatuurverschillen, van 650 tot 1450 graden (dat is tot bijna 800 graden verschil!), en dat is niet de enige variatie: er bestaat namelijk niet één soort glas, maar vele verschillende soorten, met ieder andere werktemperaturen. Verder verlaagt vaak de werktemperatuur naar mate het glas vaker heet geweest is.

Warme glaskunst

Om toch iets te kunnen zeggen, wordt er vaak een onderscheidt gemaakt tussen warme en hete glastechnieken (warm glass en hot glass, in het Engels).

Warme glastechnieken zijn vaak oventechnieken waarbij het glas aan elkaar gesmolten wordt (gefused) in het platte vlak, in een castmal of in een vormmal (slumpen). Fusen en casten gebeurd meestal tussen de 740 en de 840 graden: dan smelt het glas dusdanig dan het volledig aan elkaar "verlijmd" terwijl het nog niet zo heet is dat het echt gaat "vloeien" in de oven. Bij 740 graden krijgen we een zogenaamde tack fuse: de vorm van het glas is amper verandert, en je ziet de randen duidelijk zitten. Bij 840 hebben we echt een full fuse: het glas wordt 6 mm dik, ongeacht of we een plaatje van 3 mm of van 12 mm in de oven hebben gelegd.

Slumpen - het langzaam buigen van glas over een keramieke of roestvaststalen mal - gebeurd meestal tussen de 640 en de 680 graden. We hebben het in deze voorbeelden dan over zachte glassoorten zoals floatglas en fusingglas.

Hete glaskunst

Hete glastechnieken, zoals het glasblazen aan de blaaspijp (glassblowing) of aan de brander (flameworking of lampworking in het Engels), kennen veel hetere temperaturen. Afhankelijk van het merk glas, en de voorkeuren van de blazer, staat de smeltkroesoven en de gloryhole op 1150 tot 1250. Aan de brander werk je met zachtglas meestal met iets lagere temperaturen, terwijl de temperaturen met borosilicaatglas tot een paar honderd graden hoger liggen.

Vaak worden bij glasblaastechnieken temperaturen van 1450 en soms zelfs 1650 graden Celsius genoemd. Dat zijn niet de temperaturen van een atelier, maar de temperaturen waarop in de industrie het zand, samen met soda, potas en kalk, versmelt tot glas. Slechts een zeer enkel atelier maakt zijn eigen glas uit zand. Het glas uit de industrie wordt normaliter uitgegoten en geknipt of geperst (afhankelijk van het merk) in chunks of nuggets, die later weer hersmolten worden in de glasblazerijen.  De tweede maal dat het glas gesmolten wordt ligt de temperatuur dus een stuk lager, wat voor een aanzienlijk prettiger werkklimaat zorgt.

Annealen

Tot slot wordt er vaak gesproken over de annealtemperatuur van het glas: dat is de temperatuur waarboven het glas in principe vloeibaar is, in die zin dat het niet kan breken. Zo is de bovenste annealtemperatuur van S96 glas 510 graden celsius. Laat je een massieve glazen bol tijdens transport naar de oven vallen (deze is dan idealiter 550 - 600 graden), dan stuitert deze vrolijk door de blazerij, maar breekt meestal niet.

De annealtemperaturen verschillen tussen verschillende soorten glas, omdat deze een andere chemische samenstelling hebben. De bovenste en onderste annealtemperatuur zijn wel het belangrijkste tijdens het maken van glaskunst: Tussen deze twee lagen kunnen de moleculen in het glas nog wel enigszins bewegen, maar niet zoveel dat het glas echt vervormd. Het is de fase tussen gestold en vloeibaar glas in, en door heel langzaam af te koelen in die fase, voorkom je dat er spanning optreed in het glas. De afkoeloven van onze glasblazerij staat dus altijd op 510 graden Celsius!

Hete glaskunst komen bekijken?

Wilt u graag meer zien van onze glaskunst? Maak dan gerust een afspraak om in onze glaskunst galerie te komen kijken! Alle stukken komen uit eigen glasblazerij of uit eigen glasatelier.  Bent van harte welkom!